Zie ook website www.electroudar.com

UDAR Principe en Uitvoering

De toepassing op onze veeteelt(melk koeien)

Inleiding. Stelling schrijver ; Ruwe drijfmest uit de kelder/put is ongeschikt als meststof voor onze bodems

Drijfmest is een vervaarlijk goedje. Er zijn zeker zeven drijfmest gassen/emissies die ontstaan waarvan ammoniak en methaan de bekendste zijn. Drijfmest is in de ruwe vorm niet geschikt als bodemvoeding. Het idee dat als er weinig ammonia/ammoniak voorkomt in de drijfmest dat het dan van goede kwaliteit zou zijn als bodem bemesting/voeding is onwaar. Het helpen in het rantsoen van de koeien kan de druk wellicht verlichten maar nooit de drijfmest/ontlasting geschikt maken als gezonde bodemvoeding.

We hebben in Nederland alleen via de melkkoeien een 40 miljard aan drijfmest, jaarlijks. Het Nederlandse RIVM(Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) kwam met het rapport 2017-0100 “ verkenning van de microbiologische risico’s van (drijf)mest voor de gezondheid” .Het rapport verwijst naar  gezondheidsrisico’s aangaande drijfmest. Er was alleen onderzoek gedaan naar de pathogene E-coli en MRSA-bacteriën, salmonella enterica,campylobacter, de parasieten Cryptosporidium parvum en Giardia duodenalis. Dat tezamen met het hepatitis E-virus. Tijdens de Nederlandse Q-koorts epidemie was drijfmest een reservoir voor Q-koorts bacterie. In de organische omgeving van de stal en put kan een grote verscheidenheid aan vaak zeer gevaarlijke ziekteverwekkers overleven, zoals bacteriën, schimmels, virussen, parasieten en protozoën. Specifieke micro-organismen die aanwezig kunnen zijn lopen op in tientallen soorten en groepen.

Per liter drijfmest spreken we over aantallen die het veelvoudige zijn van miljarden. Het geeft maar eens aan dat de complexheid van drijfmest een stevige en drastische aanpak nodig heeft om als gezond te worden aangemerkt. Zowel natuurlijke(non pathogene) als pathogene bacteriën maken nou eenmaal deel uit van de drijfmest. Zo concludeerde Ing. Peter vanHoof(Vlaamse drijfmest/bodem onderzoeker)nadat hij bij 135 verschillende boerderijen(2018-2019) ‘monsters’ had genomen dat geen één ‘ monster’ gelijk was.

Drijfmest is geen statisch gebeuren was zijn mening.Het rapport heette “Drijfmest, invloeden op emissies, N-benutting op grasland(02-2020) De volgende stelling las ik in hun rapport(belangen van sponsers); Door een evenwichtig rantsoen, dat de koeien goed kunnen verteren, krijgen we een drijfmest van hoge kwaliteit, die rijpt in de put en zo een goed verteerbaar voedsel voor het bodemleven wordt. Bij deze rijping blijven de eiwitten en aminozuren in de mest behouden. Daarentegen bij rotting worden ze omgezet in ammonium en waterstofsulfide en andere schadelijke verbindingen, die gemakkelijk vervluchtigen. Om minder stikstofverlies te realiseren gebruiken veehouders advies en hulpmiddelen van allerlei toeleveringsbedrijven. Zo ontstond het idee om samen met de 10 toeleveringsbedrijven uit Nederland en Vlaanderen en twee onderzoekers met private middelen een onderzoek(2018-2020 op te starten dat de stikstof in de hele kringloop bekijkt. De opdracht kwam door de Vereniging “ behoud boer en milieu” .

 Opmerking; In het kort bestaat er geen “goede en slechte drijfmest” net zoals bij religies. Het interpreteren van hun stellingen met haar eigen belangen is niet met redelijkheid. Daarbij rijpt/rot drijfmest niet tot iets gezonds met de beste wil. Dan zou men via elke religie de weg naar God gezond kunnen beargumenteren. Vanuit God is dat waanzin.

Hierbij sluit ik mij aan dat drijfmest geen meststof is die de bodem als hulp en voeding beziet. De basis van het verdienmodel van elke veehouderij is een goed functionerende biologie, dus alles wat die gezonde biologie verstoort(drijfmest en kunstmest), ondermijnt het milieu en het verdienmodel voor de veehouder. Door een focus op de gezonde biologie behouden we tegelijk de boer en het milieu. Koeien gezond houden begint bij bodembiologie. De bodem als maag van de plant(uitspraak Dhr. René Jochems), en de weide is de mond.

De hoeveelheden ongerechtigheden in drijfmest is enorm. Denk ook aan niet goed herkauwd voedsel van de koe, schoonmaak- en andere chemie, vuil, onkruidzaden, ontstane emissies en schadelijke micro-organismen. Alles tezamen is dit een vervuild en ongezond geheel. De instabiele drijfmest is dus niet statisch en ongeschikt als bodemvoeding in Nederland en elders. ‘Een gezonde bodem is een organisch levende bodem met een goede structuur, die voldoende voedingsstoffen en water levert in de juiste vorm.

De bodem is de grootste recyclaar op aarde. Om die eerst te gaan vervuilen met drijfmest/kunstmest gaat tenkoste van het regeneratieve en energieke vermogen”. Belangrijke levensvoorwaarden Belangrijke levensvoorwaarden  zijn energie en temperatuur, zuurstof, water, koolstof, oftewel organische stof, en mineralen, weet Jochems: ‘De koolstof is de specie van de bodem, de mineralen zijn de bouwstenen. De koolstof verbindt de energie, het water, de zuurstof, gassen en energie. Het bodemleven zijn de bouwvakkers. Dat is essentieel bij de beschikbaarheid en opbouw van mineralen in de bodem.’

Volgens René Jochems is bodembiologie cruciaal bij de opname van mineralen door het gewas en via het voer door de koe. ‘Alleen organisch goed ingebouwde mineralen worden gemakkelijk opgenomen door de koe. Scheve verhoudingen op het land vertalen zich dan ook direct terug in het voer en daarna in de koe. Een mineralentekort bij de koe is een direct gevolg van de ruwvoerkwaliteit. Om aan voldoende mineralen te komen, moet de koe verschillende plantensoorten nuttigen. Dat is nu niet overal mogelijk.’